De weg vinden als een echte woudloper
Een woudloper is iemand die veel door de bossen zwerft, hij heeft veel kennis van de natuur en weet dan ook hoe hij of zij moet overleven in de natuur. Ondanks dat een woudloper altijd goed voorbereid op pad gaat, is hij in staat om zonder moderne navigatiemiddelen zoals smartphone, kaart, kompas en GPS de weg terug te vinden naar de bewoonde wereld.

In deze rubriek laten we je zien welke natuurlijke hulpmiddelen "echte woudlopers"gebruiken om de weg naar hun bestemming te vinden. Woudlopers gebruiken al hun zintuigen tijdens het navigeren, aanwijzingen die de moderne mens niet meer ziet zal een woudloper meteen opvallen. Veel van deze natuurlijke aanwijzingen zijn duizenden jaren lang gebruikt door de mens om hun weg te vinden naar voedsel of veiligere oorden.

Het is raadzaam om altijd meerdere aanwijzingen te gebruiken, als je de natuurlijke aanwijzingen wilt gebruiken als vervanging van moderne navigatie middelen.
Controle met kompas
Hoewel er de laatste eeuwen veel kennis verloren is gegeaan, is de moderne mens nog steeds in staat om te navigeren zonder gebruik te maken van smartphone, kaart, kompas en GPS.

Heb je een natuurlijke navigatie aanwijzing gevonden probeer dan je conclusie te trekken en controleer deze met een kompas.

Oefenen doe je namelijk voordat je de vaardigheden daadwerkelijk nodig hebt.

Mierennest

Mieren bouwen hun nest vaak achter de zuidkant van een boom. Het nest ligt dan ten opzichte van de boom op het zuiden.
Mos op bomen is onbetrouwbaar

Mossen groeien aan de vochtige zijde van een boom, echter groeien ze niet per se aan de zijde waar wind en regen overheersen. Het kan namelijk zijn dat een boom in een erg vochtige omgevings staat. Of dat de schors van de boom erg ruw is waardoor regenwater slecht via de stam wordt afgevoerd.

Er zijn dus te veel factoren die de betrouwbaarheid kunnen beinvloeden.
Eikenprocessierups

De eikenprocessierups houdt van warmte, daarom zijn de nesten van deze rupsen vaak te vinden aan de zuidkant van een eikenboom. Als het warm is, vind je het nest vaak dichter bij de grond.
Spinnen

Het bouwen van een web kost een spin veel tijd en energie, daarom zal een spin zijn web aan de lijzijde van een boom bouwen. Zo word het web minder blootgesteld aan de heersende wind. In Nederland is dit het Zuid Westen.
Insecten onder boomschors

Onder de schors van dode staande bomen leven allerlei insecten. Insecten houden van warmte, je vind de meeste insecten daarom altijd aan de zonzijde van een dode staande boom.

Op het Noordelijk halfrond is dit aan de Zuidzijde van de boom.
Omgewaaide bomen

Als je weet wat de heersende windrichting van een bepaald gebied is kun je aan de hand van een omgewaaide boom de richting schatten.

In Nederland komt de wind meestal uit het ZuidWesten, de top van de boom wijst in dat geval dus naar het NoordOosten.
Zonnebloemen

Zonnebloemen die nog niet helemaal ontwikkeld zijn zullen gedurende de dag de zon van Oost naar West volgen. Gedurende de nacht zal de zonnebloem zich weer naar het Oosten richten.

Als de Zonnebloem volledig volgroeid is blijft de Zonnebloem in Oostelijke richting staan, uit onderzoek is gebleken dat dit gebeurt zodat de zonnebloem in de ochtend snel opwarmt waardoor ze meer bezoek van insecten krijgen. Het blijkt dat insecten van warme bloemen houden.

Vogeltrek

Dit is een jaarlijks terugkerende migratie die veel vogels ondernemem. Veel vogels trekken in het voorjaar naar het Noorden om te broeden, na de zomer trekken ze weer Zuidwaarts om in warme landen te overwinteren.

In Europa loopt de vogeltrek van Noord naar Zuid, een veelgebruikte route door de vogels is om via Scandinavie via Nederland, Frankrijk en Spanje ten Zuiden van de Sahara neer te strijken.

Aan het eind van de zomer hoor je vaak van ver af de wilde ganzen die in V vorm naar het Zuiden toe trekken. Aan het einde van de winter trekken ze weer Noordwaarts.

Ook kraanvogels en boerenzwaluwen zijn trekvogels die na de zomer van Noord naar Zuid trekken en na de winter van Zuid naar Noord.

Loofbomen

Op het Noordelijk halfrond zijn loofbomen vaak voller aan de Zuidzijde van de boom. Dit komt omdat bomen en planten naar het licht toe groeien, dit noemen we fototropie.
De boom heeft aan de Zuidzijde vaak dikkere takken en een voller bladerdek. De takken aan de Zuidzijde groeien meer horizontaal terwijl de takken aan de donkere (Noord)zijde  meer omhoog gericht groeien.

Dit geld natuurlijk alleen voor vrijstaande bomen die geen concurentie hebben van andere bomen.

Om een goede annalyse te maken moet je de boom van alle kanten bekijken.Weet jij wat de Noorzijde is van de boom op de fabeelding hierlangs?

Links is inderdaad de Noordzijde, de rechterzijde van de boom heeft een voller bladerdek en de takken lopen horizontaal. De foto is vanuit het Westen genomen.
Dode loofboom

In een heide of grasveld zie je weleens een vrijstaande dode loofboom. Door het ontbreken van het bladerdek is het nog eenvoudiger om te bepalen waar de boom tijdens zijn leven het meeste licht heeft opgevangen. De dikke horizontale takken wijzen naar het Zuiden en de takken aan de Noordzijde staan omhoog gericht.

Deze foto is in Oostenlijke richting genomen, de linkerzijde van de boom wijst naar het Zuiden.
Regen op een boomstam

Als het na een droge periode ineens gaat regenen kun je vooral aan het begin van de regenbui zien waar de regen vandaan komt. In veel gebieden komt de wind voornamelijk uit één richting.

In Nederland komt de wind meestal uit het Zuid Westen. Op de foto zie je goed dat de een zijde nat is geregend terwijl de andere zijde nog droog is.
Graspollen in stuifzandgebieden

In stuifzandgebieden heeft de wind op de zandvlakte doorgaans vrij spel, soms weet een graszaadje zich in de grond te nestelen en ontstaat er een graspol.

Deze graspol houd de wind tegen waardoor er aan de lijzijde van de graspol zand ophoopt met een zichtbare rand. Deze zichtbare rand vormt zich evenwijdig aan de heersende wind. Nu hoef je alleen nog maar de overheersende windrichting van een bepaald gebied te weten.

In Nederland komt de wind grotendeels uit het Zuid Westen.

Ook dit kleine graspolletje laat aan de lijzijde een spoor van de windrichting na.
Riet

Riet bloeit in een pluimvorm, de pluimen groeien aan de lijzijde van de wind. In Nederland komt de wind doorgaans uit het Zuid Westen, de pluimen wijzen dus naar Noord Oostelijke richting.
Vogelnesten

Vogels bouwen hun nesten uit de wind, bij vrijstaande bomen zullen ze dan ook het nest tegenover de heersende windrichting bouwen. Hiermee voorkomen ze dat het nest uit de boom word geblazen door de wind.
Spechtgaten

Ook spechten hakken hun nest in de luwte, in Nederland komt de wind meestal uit het Zuid Oosten daarom bouwen spechten hun nest doorgaans aan de Noord Oost zijde van een boom.
Kompas maken

Heb je een metalen naald of een stukje ijzerdraad dan kun je hiermee de Noord-Zuidlijn bepalen.

Maak de naald magnetisch door hem langs een magneet te strijken heb je geen magneet strijk de naald dan tenimste 50 keer door je haren heen waardoor hij magnetisch zal worden.

Neem nu een kunststof bakje en vul deze met water, heb je geen kunststof bakje maak dan een kuil. Leg op het water een blaadje of iets anders wat drijft en zich vrij kan bewegen. Bovenop het blaadje leg je nu de gemagnetiseerde naald, het blaadje zal nu ronddraaien.

Als het blaadje stilligt op het water dan geeft de naald de Noord-Zuidlijn aan. Nu alleen nog middels de zon of andere natuurlijke richtingaanwizjers het Noorden bepalen.
Beken en rivieren

Volg beekjes en rivieren ze komen vaak in een grotere rivier uit en deze monden altijd uit in zee, aan grote rivieren en aan de kust wonen vaak mensen.
Sneeuw op boomstammen

Heeft het in Nederland gesneeuwd dan zit er vaak sneeuw tegen boomstammen aangeplakt. Als het in Nederland sneeuwt komt de wind voornamelijk uit het Noorden of Noord Westen.

Wind uit het Noord Oosten en Oosten kan in de winter erg koud zijn maar bevat vaak te weinig vocht in de lucht om het te laten sneeuwen.
Resten sneeuw op heuvels

Na een periode van sneeuwval gaat het uiteindelijk weer dooien. Aan de Noordzijde van een heuvel zal sneeuw het langste blijven liggen omdat deze het minst word beinvloed door de zon.
Sneeuw in de bergen

Aan de Noorzijde van een berg blijft de sneeuw veel langer liggen dan aan de zijdes waar de zon vrij spel heeft.
Sneeuw op boomstronk

In een besneeuwd landschap zie je aan een steen of een boomstronk al vaak waar het Zuiden is. Aan deze zijde begint door de warmte van de zon de sneeuw al te smelten, terwijl de Noordzijde van de stronk of steen nog bedekt is door een laag sneeuw.
De zon

De aarde draait in 24 uur tijd om haar as, waarbij de zon opkomt in het Oosten en de zon onder gaat in het Westen. Er zijn verschillende methodes om je richting te bepalen met behulp van de zon.

Je kunt met een horloge en de zon de windrichtingen bepalen, in de rubriek 
Navigatie met behulp van de zon lees je hoe dit in zijn werk gaat.

Heb je geen horloge dan kun je gebruik maken van de schaduw/stok metode in de rubriek
Het noorden bepalen met behulp van de schaduw lees je hoe dit in zijn werk gaat.
De maan

De maan draait in een vaste cyclus van 28 dagen om de aarde heen. Als we de maan zien kunnen we hem gebruiken om de richting te bepalen.

- Een nieuwe maan staat om middernacht 00:00 in het Noorden.
- Een halve afnemende maan (linkerzijde maan verlicht) staat om middernacht in het Oosten.
- Een volle maan staat om middernacht in het Zuiden.
- Een halve wassende maan (rechterzijde maan verlicht) staat om middernacht in het Westen.

Met bovenstaande gegevens kun je in 28 dagen maar slechts 4 dagen de richting bepalen. In de rubriek
Navigeren met behulp van de maan kun je zien hoe je een maankompas kunt maken, hiermee kun je als de maan goed zichtbaar is de richting bepalen.
De Poolster (Noordelijk halfrond)

Zoek de Grote Beer (steelpan) trek een denkbeeldige lijn tussen de twee voorste sterren en verleng deze lijn 5 maal om de Poolster te vinden.

De Poolster staat precies op het Noorden, dus je kunt een rechte lijn van de Poolster naar beneden trekken, zoek nu een herkenningspunt precies onder de Poolster en ga er heen.

Het Zuiderkruis (Zuidelijk halfrond)

Zoek het Zuiderkruis, trek nu een denkbeeldige lijn vanuit de kruislijn van het Zuiderkruis en verleng die 4,5 maal, Trek ook een denkbeeldige lijn vanuit de 2 heldere sterren onder het Zuiderkruis met elkaar.

Het punt waar deze twee lijnen elkaar kruisen geeft het Zuiden aan. Trek nu een lijn vanuit het kruispunt recht naar beneden, Zoek nu een herkenningspunt precies onder de snijlijn en ga erheen.


Treinrails

Treinrails verbinden steden en dorpen met elkaar, veel treinrails worden met enige regelmaat gebruikt. Indien je de treinrails volgt is de kans groot dat je vroeg of laat een trein of spoorwerkers tegenkomt.

Let op!!! loop niet over het spoor maar op enige afstand ernaast.
Hoogspanningsmasten

Ook hoogspanningsmasten leiden vroeg of laat naar de bewoonde wereld.
Hekwerk

Hekwerken duiden op aanwezigheid van mensen je kunt ze volgen, in veel West-Europese landen kom je uiteindelijk mensen tegen.

Maar let op!!! in landen zoals Australië, Noord-Amerika en Rusland kunnen hekwerken duizenden kilometers lang zijn, de kans dat je in deze stukken niemandsland iemand tegenkomt is vrijwel uitgesloten.