Je positie bepalen met een kompas
Tijdens een trektocht worden we vaak afgeleid door de dingen om ons heen, dit kan bijvoorbeeld een spoor van een dier zijn wat je enkele kilometers gevolgd hebt in de hoop het dier te spotten. Op zo'n moment kan het voorkomen dat je niet precies weet waar je bent, uiteindelijk wil je toch graag weer op een bepaalde tijd bij je kamp of eindbestemming aankomen. In zo'n geval kun je met een kaart en een kompas je positie uitpijlen.

Om een kruispeiling te kunnen uitvoeren dien je tenminste twee duidelijk herkenbare punten in het terrein te vinden die ook op je (staf)kaart staan afgebeeld. Objecten als bruggen, hoospanningslijnen, bergtoppen en hoge gebouwen als kerktorens kun je vaak al in de verte zien liggen.

Met een kruispeiling meet je met behulp van het kompas de hoek waar jij je op dat moment bevind ten opzichte van 2 herkenningpunten en het Noorden.

Wijkt het magnetische Noorden sterk af ten opzichte van het kaart Noorden dan dien je dit te corrigeren, in Nederland en grote delen van West Europa is deze afwijking minimaal. Daarom zullen we hier neit verder op in gaan.
  Stap 1

Zoek in het terrein twee makkelijk te herkenningspunten die je ook op je stafkaart ziet. Deze herkenningspunten moeten minstens 20° uit elkaar liggen. Dit kunnen bruggen, hoospanningsmasten, bergtoppen en hoge gebouwen zijn. Maar een heidelandschap met enkele bospercelen zijn hiervoor ook geschikt.

De kaart hierlangs is van een heidegebied wat afgewisseld wordt met stukken bos. De foto's geven de bospercelen aan die ook op de kaart staan afgebeeld. 
   Stap 2

Richt je kompas op één van de twee herkenningspunten met de richtingspijl. Draai vervolgens de kompasring totdat het Noorden van de kompasnaald evenwijdig met de orientatiepijl die zich in de kompasring bevind loopt.

Richt je op een bosperceel pak dan de zijkant, omdat deze goed op de kaart staan aangegeven. Een enkele boom staat namelijk niet op de kaart. 
   Stap 3

Leg vervolgens je kompas zodanig op de kaart dat het kompashuis langs het eerste herkenningspunt ligt.

Draai vervolgens het kompas net zolang totdat de rode orientatiepijl en de orientatielijnen in de kompasring evenwijdig en naar het Noorden toe lopen.

Intussen dien je wel ervoor te zorgen dat het kompashuis precies naast je herkenningspunt blijft liggen.

Trek vervolgens met een potlood of pen een lijn langs het kompashuis, deze lijn loopt precies naast of over je herkenningspunt heen. 
  Stap 4

Richt je kompas nu op op het tweede herkenningspunt. Draai vervolgens de kompasring totdat het Noorden van de kompasnaald evenwijdig met de orientatiepijl die zich in de kompasring bevind loopt.  
  Stap 5

Vervolgens leg je nu ook het kompas zodanig op de kaart dat het kompashuis langs het tweede herkenningspunt ligt.

Draai vervolgens het kompas net zolang totdat de rode orientatiepijl en de orientatielijnen in de kompasring evenwijdig en naar het Noorden toe lopen.

Intussen dien je wel ervoor te zorgen dat het kompashuis precies naast je herkenningspunt blijft liggen.

Trek vervolgens met een potlood of pen een lijn langs het kompashuis, deze lijn loopt precies naast of over je herkenningspunt heen. 
  Stap 6

Als je het kompas weghaalt zie je dat er een snijpunt is ontstaan. Je bevind je op dat snijpunt, indien je kaart is voorzien van een coördinatenstelsel kun je het coördinaat bepalen.

Nu je weet op welke positie je bevind, kun je een nieuwe koers schieten zodat je bij het gewenste eindpunt uitkomt.

Hoe dit in zijn werk gaat kun je lezen in de rubriek
Navigeren met een kompas.