Gebruik van een militaire stafkaart
De kaarten die de topografische dienst met schaal 1:50.000 maakt worden ook in een militaire uitvoering gemaakt, de militaire variant word vaak ook aangeduid als stafkaart.

Het grote verschil is dat er een ander raster word gebruikt dan op de standaard uitvoering. De verdeling van het vierkanten raster van een militaire stafkaart volgen niet precies de randen van de kaart, op de kaart zie je dus ook halve of slechts kleine gedeelten van het vierkanten raster. Als je goed naar de kaart kijkt zie je ook dat de vertikale lijnen van het vierkanten raster niet helemaal evenwijdig met de kaart lopen.
Hiernaast een voorbeeld van het verschil van het vierkanten rasterindeling, links de standaard topografische kaart en rechts de militaire topgrafische kaart
Ondanks dat de de lijnen van een militaire stafkaart een beetje schuin lopen wijst de bovenzijde van de kaart altijd naar het ware Noorden. De verticale lijnen van het kaartenvierkant lopen naar boven toe naar het "Kaart Noorden". Omdat deze lijnen van het vierkanten raster niet precies gelijk lopen met het ware Noorden is er hier dus een verschil tussen het Kaart Noorden en het Ware Noorden.

Dit noemen we Meridiaan-Convergentie
Omdat de verticale lijnen op een stafkaart schuin lopen ontstaat er een verschil tussen het ware Noorden en het kaart Noorden. Bij standaard topografische kaarten loopt doorgaans het ware Noorden gelijk met het kaart Noorden, er is dan ook geen verschil tussen het ware Noorden en het kaart Noorden. Het verschil tussen het ware Noorden en het kaart Noorden noemen we Meridiaan-convergentie.

Meridianen zijn denkbeeldige lijnen over het aardoppervlak vanaf de Zuidpool naar de Noordpool toe, een meridiaanlijn staat haaks op de evenaar. En hoe dichter bij de polen hoe dichter de lijnen bij elkaar komen te liggen.

De grote van de Meridiaan-Convergentie voor de betreffende stafkaart staat onderaan of links op de stafkaart vermeld in een omlijnd vlak waar ook declinatie gegevens staan vermeld.
Een vermelding op een stafkaart waarin naast de declinatie ook de Meridiaan-Convergentie staat vermeld.
 
 
Militaire stafkaarten worden uitgegeven met een schaal van 1:50 000.
Deze beslaan een gebied van 20 bij 25km.
Het formaat van deze stafkaarten bedraagt 40 x 50cm. Iedere stafkaart van een bepaald gebied heeft een nummer. Zodat je makkelijk uit kunt zoeken welke kaart je voor een bepaald gebied nodig hebt.

Hiernaast zie je een voorbeeld hoe dit eruit ziet. Het donkere gedeelte met de tekst "51 west" geeft de betreffende kaart weer, de andere wazige vakjes zijn de aangrenzende kaartnummers. Zodat je gemakkelijk weet welke kaart je nodig hebt als je buiten het bereik van je kaart komt.
1:50.000

De schaal

De schaal wordt gebruikt om afstanden op de kaart te kunnen meten.1:50 000 betekent dat 1 centimeter op de kaart 50 000 centimeter in werkelijkheid is 1 cm op de kaart komt dus overeen met 500 meter in werkelijkheid.

Legenda

Op de (staf)kaarten staan allerlei verschillende tekens, kleuren en getallen. Al deze dingen hebben een betekenis die je in de legenda terug kunt vinden. Bij verschillende stafkaarten zijn deze symbolen vaak hetzelfde. Hiernaast vind je een gedeelte van een legenda.

Doorgaans zijn er afspraken gemaakt over deze symbolen, het is wel verstandig om even op de legenda te controleren of de symbolen ook zijn wat je denkt dat ze moeten zijn. 

Coördinatenstelsel
Een militaire stafkaart welke hetzelfde topografische bladnummer heeft als een standaard topografische kaart zijn voorzien van dezelfde kaart, maar de indeling van het vierkantenraster en nummering van het coördinatenstelsel is anders. Hierdoor kun je het coördinaat van een militaire stafkaart niet gebruiken op een standaard topografische kaart.

Militaire stafkaarten maken namelijk gebruik  van het MGRS coördinatenstelsel. (MGRS = Military Grid Reference System)
Het MGRS coördinatenstelsel beslaat het hele gebied van de NAVO. De lijnen van dit coördinatenstelsel zijn van land op land en van kaart op kaart doorgenummerd, terwijl het coördinatenstelsel van de standaard topografische kaarten per land verschillen.

De kaarthoekmeter

Met een kaarthoekmeter kun je heel gemakkelijk een coördinaat opzoeken. Daarvoor zitten er 2 hoeken op de kaarthoekmeter. Een grote hoek: deze is voor stafkaarten met een schaal van 1:25.000. En een kleine hoek: deze is voor een stafkaart met een schaal van 1:50.000. Deze hoeken zijn even groot als een vierkantje van een coördinatenstelsel op een stafkaart. Verder zit er nog een liniaal op een kaarthoekmeter. En een gradenboog.


Het UTM vierkantennet

Het UTM vierkantennet verdeelt de aarde in grote vierkanten, Nederland is verdeeld in twee van deze grote vierkanten namelijk 31U en 32U. Deze grote vierkanten zijn weer onderverdeeld in vierkanten van 100x100km, midden Nederland beslaat dan de 100km vierkanten ET, FT en LC. Op de grens tussen twee van deze 100 km vierkanten staat een dikke zwarte lijn op de kaart.

Maar op de grens tussen twee zones in Nederland 31U en 32U kom je langs de dikke lijn allerlei kaartvierkanten zoals GS en KB tegen die niet precies in de zones vallen. Als je dit tegenkomt kun je gewoon een coördinaat bepalen zoals je bij normale stafkaarten ook doet.

Bij het noteren van een coördinaat van een militaire stafkaart noteer je altijd als eerste de zone aanduiding, deze is te vinden aan de boven of onderzijde van de kaart. Voor Nederland kan dit 31U of 32U zijn.
Vervolgens noteer je in welk kaartvierkant het coördinaat zich bevindd, bijvoorbeeld FU of LD.

Een notatie van een coordinaat ziet er als volgt uit: 31U F
S XXX,XXX

 

 

Het bepalen van een coördinaat van een militaire stafkaart.

Bepaal in welk vakje van de stafkaart zich het coördinaat bevindt. Dit kan heel eenvoudig met de getallen die bij de horizontale en de verticale lijnen van het coördinatenstelsel staan. Bepaal eerst het horizontale coördinaat (A) en vervolgens het verticale coördinaat (B). (huisje in trapje op).

De X op de kaart geeft een punt aan waar we naartoe willen, nu willen we het coördinaat van punt X bepalen. Dit gaat als volgt.

De lijnen op deze kaart liggen 1km uit elkaar (schaal 1:50.000), de vakjes van deze stafkaart vormen een oppervlakte van 1km². Je kunt de lijntjes in een vakje ook weer vedelen in 10 gelijke delen, nu ben je in staat om tot op 100 meter nauwkeurig een coördinaat te bepalen. Met behulp van een kaarthoekmeter kun je bij een schaal van 1:50.000 tot op 50 meter nauwkeurig je positie aflezen.

Bij het MGRS coördinatenstelsel noteren we alleen de grote getallen.

We zoeken eerst de verticale lijnen waarin zich punt X bevindt, in dit geval bevindt punt X zich midden tussen as 708 en as 709.  We kunnen nu al het volgende noteren 085 Vervolgens zoeken we het getal op wat bij de horizontale lijnen hoort in dit geval valt punt X precies op lijn 5671, we kunnen nu het volgende noteren 710

Nu kunnen we het gehele coördinaat achter elkaar zetten, dit wordt dat 085.710, echter is het coördinaat volgens het MGRS systeem nog niet volledig genoteerd. Voor het punt wat we hebben opgezocht moeten we ook nog de zone aanduiding en de letters van het 100km vierkantnet toevoegen. Punt X ligt in zone 31U en in 100 kilometer vierkant GS, als we dit toevoegen aan het coördinaat van punt X ziet dat er als volgt uit. 31U GS 085.710

Op deze manier heb je het coördinaat op 100 meter nauwkeurig genoteerd. Met een kaarthoekmeter ben je zelfs in staat je positie op 50 meter nauwkeurig te noteren, dan ziet je coördinaat  er als volgt uit. 31U GS 0850.7100

Maak je gebruik van een GPS dan worden de bovenstaande coördinaten per meter genoteerd, dit wordt dan :

31U GS 08500.71000