Het oriënteren van de kaart
Tijdens een hike of trektocht zul je als je jezelf vooraf goed hebt voorbereid in het bezit zijn van één of meerdere (staf)kaarten van het gebied waar je doorheen trekt. Als je door bebost of zwaar terrein heen trekt is de kans groot dat je niet de hele route precies bijhoud, op een gegeven moment wil je toch weten waar je bent en of je nog op koers ligt. Met behulp van de kaart kun je jezelf weer oriënteren, door de kaart te oriënteren word het zoeken naar herkenningspunten een stuk eenvoudiger.

Het woord oriënteren komt van het Franse woord Oriënt wat "richten naar het Oosten" betekend. Vroeger was het Oosten "de windstreek waar de zon opkomt" de belangrijkste windstreek.

In veel gevallen kun je de kaart
oriënteren door goed naar de omgeving te kijken. Het beste overzicht heb je vanaf een hoger gelegen punt zoals een heuvel of een uitkijktoren. Als je niet naar een hoger gelegen punt kunt gaan, zoek dan een punt waar je een goed overzicht over de omgeving hebt.

Zoek de omgeving af naar herkenningspunten die ook op de kaart staan afgebeeld zoals; hoogspanningsmasten, rivieren, kanalen, hoge gebouwen zoals kerken en fabrieken.

Leg vevrolgens de kaart voor je neer, zodat hij goed ligt, dit betekend dat b.v. een kanaal of weg op de kaart in dezelfde richting loopt als hij in het echt ook doet. En zie je een kerktoren aan de linkerzijde dan zul je die op de kaart ook aan de linkerzijde zien. Het bestuderen van de kaart kan als er weinig herkenningspunten zijn behoorlijk tijdrovend zijn. Heb je een kompas bij je dan is het een stuk eenvoudiger om je kaart te oriënteren. Hieronder zi je hoe dit in zijn werk gaat.
Stap 1

Zoek een plek waar je de omgeving goed kunt overzien, een hoger gelegen punt is hiervoor ideaal. Leg de kaart voor je neer.

Stap 2

Heeft je kompas een draaibare gradenring draai deze dan zo dat de "N" op de gradenring precies boven de richtingspijl van het kompashuis wijst.

Op sommige kompassen staat in plaats van de "N" op de draaibare gradenring 0° of 360°. We maken nu nog geen gebruik van de magnetische kompasnaald.

Militaire kompassen werken doorgaans met mils, in plaats van een draaischijf met een gradenverdeling van 360° heb je een draaischijf met een verdeling van 6400 mils.

 

Stap 3

Nu we het Noorden van de draaibare kompasring gelijk hebben gezet met de richtingspijl op het kompashuis is de volgende stap om het kompas evenwijdig met de Noord-Zuidlijnen op de kaart te leggen.

Leg één zijde van het kompas zo neer dat het kompashuis evenwijdig met de lijnen op de kaart lopen.

Bij de meeste (staf)kaarten ligt het Noorden aan de bovenzijde van de kaart, het is verstandig om in de legenda te controleren of de bovenzijde van de kaart ook daadwerkelijk het "Noorden"is.
Stap 4

Vervolgens oriënteren met behulp van het kompas de kaart op het Noorden. Dit doen we door de kaart met daarop het kompas voorzichtig te draaien net zolang tot, het Noorden van de kompasnaald naar de Noordpijl op het kompashuis wijst.

De lijnen in de draaibare gradenring zullen nu evenwijdig met de Noord-Zuid lijnen op de kaart lopen.

Nu ligt je kaart georiënteerd op het Noorden, ben je op zoek naar herkenningspunten voor je die op het Zuiden liggen dan ligt de kaart natuurlijk op zijn kop voor je.

Je zult merken dat als de kaart goed georiënteerd ligt je veel sneller herkenningspunten zult vinden.

Als je geen kompas bij je hebt kun jeals de zon schijnt
met behulp van de zon ook de kaart goed leggen.

 d